Ga naar de hoofdinhoud
Dienst

Ondersteuning bij bedrijfshulpverlening

Richt bedrijfshulpverlening in op basis van uw risico’s, bezetting, locaties en mogelijke noodsituaties.

GepubliceerdAfhankelijk van uw situatie

Laatst inhoudelijk gecontroleerd:

Wat is deze dienst of deskundigheid?

BHV is een organisatieverantwoordelijkheid. Advies, oefeningen en opleiding kunnen helpen om de benodigde hulpverlening passend en uitvoerbaar te organiseren.

Bij welke situatie kan dit relevant zijn?

Ondersteuning is nuttig wanneer scenario’s, bezetting, taakverdeling of aansluiting op de RI&E onvoldoende duidelijk zijn.

  • bij nieuwe of gewijzigde locaties en werkzaamheden;
  • wanneer bezetting, ploegendienst of thuiswerken de beschikbaarheid beïnvloeden;
  • na oefeningen, incidenten of signalen dat procedures niet werken.

Hoe kan dit er in de praktijk uitzien?

Een bedrijf heeft overdag voldoende BHV’ers, maar niet tijdens avonddiensten en vakanties. De adviseur toetst bezetting en noodscenario’s per tijdvak, bespreekt alarmering en middelen en organiseert een oefening om te zien of de afspraken daadwerkelijk werken.

Wanneer is dit niet direct de eerste stap?

  • als de hulpvraag nog niet duidelijk is; begin dan met de Advieswijzer;
  • als direct handelen bij acuut gevaar of een medisch noodgeval nodig is.

Wat levert professionele ondersteuning op?

  • risicogebaseerde scenario’s en een passende BHV-organisatie;
  • duidelijke alarmering, rollen en verbinding met externe hulpdiensten;
  • gerichte oefeningen en aantoonbare verbeterpunten.

Hoe verloopt een gebruikelijk traject?

  1. Verhelder de aanleiding, werkzaamheden en gewenste uitkomst.
  2. Bepaal welke informatie, locaties en betrokkenen nodig zijn.
  3. Laat de deskundige onderzoek of advies uitvoeren en bevindingen uitleggen.
  4. Vertaal de uitkomst naar eigenaarschap, maatregelen en een passende evaluatie.

Hoe bereidt u de vraag goed voor?

Maak per locatie en tijdvak inzichtelijk hoeveel medewerkers, bezoekers en minder zelfredzame personen aanwezig kunnen zijn. Verzamel plattegronden, noodprocedures, gegevens over alarmering en middelen en de uitkomsten van recente oefeningen. Beschrijf afwijkende situaties, zoals avondwerk, alleenwerk, evenementen of werkzaamheden met gevaarlijke stoffen. Kijk niet uitsluitend naar het aantal opgeleide BHV’ers, maar ook naar feitelijke beschikbaarheid, bereikbaarheid en samenwerking. Een adviseur kan dan gericht beoordelen welke scenario’s prioriteit hebben en waar opleiding, middelen, procedures of oefeningen moeten worden aangepast.

Hoe hangt dit samen met de RI&E?

De RI&E levert de risico’s en scenario’s waarop de BHV-organisatie moet aansluiten. Veranderingen in locatie, werkzaamheden, bezetting of aanwezige personen kunnen daarom aanleiding zijn om zowel de RI&E als de BHV-inrichting opnieuw te beoordelen.

Wat blijft de verantwoordelijkheid van de organisatie?

De organisatie blijft verantwoordelijk voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, voor besluiten over maatregelen en voor de uitvoering en evaluatie daarvan. Een deskundige ondersteunt, maar neemt die verantwoordelijkheid niet over.

Welke deskundigheid kan nodig zijn?

Een BHV-adviseur of veiligheidskundige kan de organisatie ondersteunen; medewerkers moeten hun toegewezen taken doeltreffend kunnen uitvoeren.

  • BHV-organisatie en noodscenario’s;
  • brandveiligheid en eerste hulp waar relevant;
  • veiligheidskundige analyse van werkzaamheden en bezetting.

Relevante wettelijke context

Artikel 15 van de Arbowet verlangt doeltreffende bijstand bij eerste hulp, brandbestrijding, evacuatie en verbinding met hulpdiensten. De invulling volgt uit de RI&E.

Veelgestelde vragen

Hoeveel BHV’ers zijn nodig?
De wet noemt geen vast aantal. De organisatie moet onder alle relevante omstandigheden doeltreffende bijstand kunnen bieden.
Is alleen een BHV-cursus voldoende?
Niet altijd. Ook risico’s, bezetting, middelen, alarmering, procedures en oefeningen moeten op elkaar aansluiten.
Hoe vaak moet een organisatie oefenen?
De wet noemt geen universele frequentie. Oefen zo vaak als nodig om scenario’s, rollen en hulpmiddelen aantoonbaar werkbaar te houden en verbeterpunten te toetsen.

Bronnen en onderbouwing

Sectorcontext

Onderwijs

Pak werkdruk, sociale veiligheid, stemgebruik, gebouwen en incidentorganisatie vanuit de onderwijspraktijk aan.

Ga naar Onderwijs